background

A.Vogel Plantenecyclopedie

Valeriana officinalis L.

Valeriaan

Geschiedenis

valeriana officinalis L. - valeriaan

Valeriaan speelde al bij de Hippokrates in de 5e en 4e eeuw v. Chr. een grote rol in de vrouwengeneeskunde. In de Oudheid (ook in de Middeleeuwse boeken) werd de plant "Phu" genoemd. Men onderscheidt Phu magnum, de grote valeriaan, Phu vulgare, de gewone valeriaan, ook wel kattenkruid genoemd, en Phu minus, de kleine valeriaan. We komen hem tegen bij Dioskurides, Plinius en in "Physica" van de abdis Hildegard van Bingen.

De plantkundige naam Valeriana komt niet voor in het klassieke Latijn en verschijnt voor de eerste keer in de Latijnse vertaling van het uit de 10e eeuw stammende werk "De diaetis" van Isaac Judaeus en vervolgens in de 11e eeuw bij Constantinus Africanus. Daarna komt hij voor in "Circa instans" uit de 12e eeuw, in de Alphita uit de 13e eeuw en meerdere keren in het werk "De vegetabilibus" van Albertus Magnus uit de 13e eeuw. De naam is volgens Bartoldi van de Romeinse provincie Valeria in Pannonië (tussen de Donau en de Drau) afgeleid. De naam zou, in tegenstelling tot wat velen denken, niets te maken hebben met het Latijnse valere voor "gezond, waardevol zijn", maar daar slechts etymologisch mee in verband staan. Volgens Tschirch is het ook mogelijk dat de naam is afgeleid uit het Arabisch. Een andere versie gaat ervan uit, dat de naam Valeriana zich uit de Duitse benamingen Baldrian, Bullerjan, Balderjan ontwikkeld heeft, die met de lichtgod Baldur en zijn "christelijke plaatsvervanger" Johannes in verband worden gebracht. Officinalis is Middeleeuws en betekent "in de apotheek gebruikelijk".

Het toepassingsgebied van valeriaan was vroeger veel breder dan tegenwoordig. Men gebruikte de plant als verwarmend, menstruatiebevorderend, koortsmiddel en urineafdrijvend middel. Hij wordt als plant tegen miltaandoeningen, tegen de pest, bij rugpijn, hoesten en oogaandoeningen gebruikt. Er werden uitwendige kompressen tegen zweren en schaamluis van gemaakt. De huidige toepassing als kalmerend middel en slaapmiddel wordt nergens vermeld. Pas in de 17e eeuw werd hij in Italië als spierverslapper en tegen epilepsie gebruikt.
Sterk ruikende planten hebben bij alle volken in alle tijden een grote rol gespeeld bij het op afstand houden van de duivel, heksen en andere boze geesten. In veel landelijke gebieden worden tegenwoordig nog steeds als bescherming tegen onheil bosjes valeriaan, vaak samen met marjolein, boven de huis- en staldeuren gehangen.

Botanische kenmerken

valeriana officinalis L. - valeriaan

Valeriaan is een eenjarige plant, die morfologisch zeer variabel is. Hij vormt een sterke wortelstok met veel nevenwortels en korte uitlopers. In het voorjaar ontwikkelt zich eerst een op de grond staande rozet met geveerde loofbladeren. Vervolgens groeit vanaf het 2e jaar een ronde, gegroefde, hole stengel 80 tot 120 cm omhoog, die in het bovenste deel vertakt is. De onparige, lancetvormig geveerde bladeren worden uit 9 tot 12 fijn getande blaadjes of uit één veersnedig blad gevormd. Zij zijn aan de onderkant donker en aan de bovenkant lichtgroen en staan tegen over elkaar aan de stengel. Aan de stengeluiteinden staan de sterk vertakte schijnschermen met witte tot lichtrode kleine bloemen. De verse plant is geurloos. De typische valeriaangeur is bij de verse wortel slechts licht te ruiken. Hij ontwikkelt zich pas tijdens het drogen. Deze geur lokt katten, die daardoor in een eigenaardige extase raken.
De bloeitijd is van mei t/m augustus.
Het geslacht Valeriana heeft 150 soorten, waarvan er in Europa 4 farmaceutisch zijn. De Europese Farmacopee interpreteert Valeriana officinalis LINNÉ als een verzamelsoort en duidt hem aan met "s.l." (= sensu latiore, in ruimere zin). Voor de bereiding van het geneesmiddel "Valeriana radix" mogen V. sambucifolia, V. procurrens, V. collina en V. exalta geoogst worden. [1]. Naast Valeriana officinalis werden in Europa nog twee andere soorten van dit geslacht voor de vervaardiging van geneesmiddelen gebruikt. De uit Mexico afkomstige Mexicaanse valeriaan, V. edulis NUTT. ssp. procera en de in Pakistan resp. India inheemse Valeriaan, V. wallichii DC. Beide soorten zijn rijk aan valepotriaten. Zij werden in tegenstelling tot V. officinalis, therapeutisch als kalmerend middel gebruikt [Commissie E monografieën].

Vindplaats

valeriana officinalis L. - valeriaan

Valeriaan is in de gematigde zones van heel Europa inheems en komt bovendien in de Kaukasus, in West- en Centraal-Azië, Siberië, Mantsjoerije en Japan voor. Hij gedijt onder de meest uiteenlopende omstandigheden en past zich door de verschillende vorming van zijn loofbladeren, aan de condities van zijn plek aan. In principe prefereert hij vochtige plaatsen aan beek - en rivieroevers, in greppels of veenachtige weides. Hij is ook in hogere berggebieden te vinden. De planten uit berggebieden zijn doorgaans aromatischer dan de moerasvormen.

Verwerking

valeriana officinalis L. - valeriaan

Valeriaan wordt door A.Vogel/Bioforce gecontracteerde boeren biologisch geteeld. Wortelstok en wortels worden na de oogst in de herfst zonder droogproces met alcohol tot een tinctuur gemacereerd.   


Latijnse naam

Valeriana officinalis

Officiële naam

Valeriaanwortel

Familie

Valerianaceae

Valeriaanfamilie

Volksnamen

Kattenkruid

Speerkruid

Koortswortel

Duvelsdrek

Hoe zit dat...?

Waarom ontstaan de beste ideeën onder de douche?
’s Morgens sta je op, je neemt een douche en … ineens bedenk je de oplossing voor het probleem waar je gisteren de hele dag over zat te piekeren! Waarom juist op dat moment?

Lees hier waarom!