background

A.Vogel Plantenecyclopedie

Passiflora incarnata L.

Passiebloem

Geschiedenis

De passiebloem was bij de Zuid-Amerikaanse Indios welbekend als geneeskrachtige plant. Hij werd ook in de Braziliaanse volksgeneeskunde veelvuldig gebruikt. In 1569 ontdekte de Spaanse arts Monardes de plant in Peru. 40 jaar later, lang voordat de passiebloem in de Europese Farmacopee werd opgenomen, werd hij als sierplant in Europa geïntroduceerd. Dat kwam omdat plantkundigen de bloemstructuur van deze klimstruik bijzonder fascinerend vonden. De jezuïet Ferrari, die in 1633 zijn werk "De florum cultura" publiceerde, zag in de bloem alle martelinstrumenten van het lijdensverhaal van Christus: de drielobbige bladeren symboliseren de speer, de ranken de gesels, de drie stampers de nagels van het kruis, de stempels de met azijn gedronken spons, de dradenkrans de kroon met doorns, de vijf helmknoppen de vijf littekens en de gesteelde vruchtknoppen (androgynofoor) de kelk of  –volgens een andere verklaring – de paal, waaraan Christus gedurende de geseling gebonden was. De jezuïeten gaven de passiebloem ook de Latijnse naam. Hij is samengesteld uit passio, "het lijden", flos, "de bloem", en incarnata, dat "de vleesgewordene" betekent.

De passiebloem deed zijn intrede in de fytotherapie pas in de tweede helft van de laatste eeuw via de Amerikaanse homeopathie. In lage potenties heeft het middel zich als kalmerend middel bewezen. Zijn cardiotone werking kreeg alleen in Frankrijk en in Zwitserland aandacht. Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd Passiflora als kalmerend middel tegen de zogenaamde "oorlogsangst" ingezet.

Botanische kenmerken

De winterharde klimplant heeft dikke, vlezige, zeer wijd reikende wortels. Aan de rizoom en de wortels ontspruiten talrijke in de lengte richting gestreepte, groene stengels. Ze kunnen 1 tot 10 m lang worden. De loofbladeren zijn diep driedelig gelobd, aan de rand enkelvoudig gezaagd en aan de onderkant zeer fijn behaard. Op de bladschijven bevinden zich bultvormige extraflorale nectariën. De bladeren zijn met lange bladstelen verspreid aan de stengels gerangschikt. Uit de bladoksels ontspringen kleine steunblaadjes, fijne kurkentrekkerachtige ranken en telkens een afzonderlijke bloem, die ook op een lange steel staat. De eigenaardige bloem heeft een doorsnede van circa 8 cm. Zij bezit vijf stevige kelkbladeren, die van buiten groen en van binnen witachtig zijn en afwisselend met de vijf witte kroonbladeren van ongeveer dezelfde grootte gerangschikt zijn. Binnen de kroonbladeren bevinden zich meerdere straalvormig gerangschikte kransen uit fijne draden, die van binnen wit en van buiten violet gekleurd zijn en kleine insecten de weg naar de nectar versperren. De drie ovalen, gezaagde schutbladeren zijn vlak uitgespreid en aan de grond tot een kelkvormige bloemenbodem met elkaar vergroeid. De bodem komt als een centrale zuil circa 1 omhoog. Zij draagt de eivormige vruchtknoppen met drie wijd uit elkaar staande stampers, die zich aan het einde tot een kopvormige nerf verdikken en daaronder vijf krom naar buiten staande meeldraden. De welriekende bloemen zijn slechts een tot maximaal twee dagen lang geopend. Uit de vruchtknoppen rijpt in de herfst een eivormige, geelachtig groene tot bleekoranje bes. De eetbare, maar nogal smaakloze vruchten van circa 6 cm groot bevatten talrijke gerimpelde zaden die door een zoet smakend, vlezig vruchtvlees omgeven zijn. De soort Passiflora edulis krijgt als leverancier van de passievrucht (markoesa, paarse passievrucht) culinaire aandacht. Zij wordt simpelweg gehalveerd en uitgelepeld of voor vruchtensap en fruityoghurt gebruikt. De bloeitijd is van juli t/m september.

Vindplaats

De meer dan 400 soorten van het geslacht Passiflora zijn voornamelijk te vinden in tropische regenwouden en dat is de reden dat de plant tegenwoordig met uitsterven wordt bedreigd. De meeste soorten waren oorspronkelijk inheems in de zuidelijke staten van de VS en in Midden- en Zuid-Amerika. Plantkundigen en plantenliefhebbers zorgden al vroeg voor een wereldwijde verspreiding, zodat het geslacht tegenwoordig in alle tropische en subtropische gebieden te vinden is. Enkele soorten zijn minder gevoelig voor kou. Zij kunnen op milde en vorstvrije plaatsen in Europa overwinteren en daar zijn zij af en toe ook in het wild te vinden. Tegenwoordig is het geneesmiddel uitsluitend van geteelde planten afkomstig. De belangrijkste teeltgebieden zijn India, Italië en Spanje.

Verwerking

A.Vogel gebruikt de verse, bovengrondse delen van biologisch geteelde Passiflora incarnata, die gedurende de bloeitijd geoogst worden. Daaruit wordt een alcoholisch extract vervaardigd, dat afhankelijk van de behoefte ook tot een homeopathische verdunning gepotentieerd kan worden. In de handel worden relatief vaak geneesmiddelen met andere Passiflora-soorten aangetroffen. Het onderscheiden van deze soorten is niet gemakkelijk en vereist zorgvuldig microscopisch en chromatografisch onderzoek. Volgens Ph. Helv. VII mag er geen Passiflora caerulea in zitten, omdat zij een relatief hoog gehalte aan cyanogene glycosiden bevat, die door enzymatische splitsing blauwzuren vormen.


Latijnse naam

Passiflora incarnata

Officiële naam

Passiebloemkruid

Familie

Passifloraceae

Passiebloemfamilie

Synoniemen

Grenadilla incarnata

MEDIK.

Passiflora kerii

SPRENG.

Hoe zit dat...?

Waarom ontstaan de beste ideeën onder de douche?
’s Morgens sta je op, je neemt een douche en … ineens bedenk je de oplossing voor het probleem waar je gisteren de hele dag over zat te piekeren! Waarom juist op dat moment?

Lees hier waarom!
Gratis Cinuforce neusspray (t.w.v. € 7,97) bij bestelling > € 20

Ontvang gratis 3 e-mails met praktische tips van ontspanningscoach Iris

tip

Ontvang gratis tips van ontspanningscoach Iris

Aanmelden >>