background

A.Vogel Plantenecyclopedie

Panax ginseng C.A. MEYER

Ginseng

Geschiedenis Panax ginseng

Panax ginseng

De eerste sporen van ginseng-beschrijvingen zijn te vinden in de beroemde tekst van Chiu-zhang, de Chinese schrijver van het scheppingsverhaal. In Korea, China en Japan staat de wortel al meer dan 2000 jaar in zeer hoog aanzien. Volgens de principes van de Chinese geneeskunde ondersteunt hij de qi van de nieren (werkt versterkend, levensverlengend), koelt het vuur (koorts), vermeerdert de aarde (versterkt mild en maag), brengt goud voort (helpt de longen), opent het hart, vermeerdert kennis, laat gestuwd slijm afvloeien en werkt tegen alle ziektes.

Vanwege zijn op een mens lijkende vorm werd hij steeds in verband gebracht met de natuurgod. Men geloofde, dat de almachtige berggeest de mensheid een wonderjongetje, in de vorm van een op een mens lijkende wortel, als redder en verlosser gestuurd had en dat alleen degene die dat waardig waren de goudgele wortel konden vinden.
Wilde ginseng was een kostbare zeldzaamheid en ginsengverzamelaars leidden een gevaarlijk leven. Panax ginseng werd in Japan voor het eerst gecultiveerd in 1710, in Korea in 1760 en in China in 1900. Het "Korean Research Institute" in Daejon, waar regelmatig ginsengsymposia worden gehouden, bestaat pas sinds het begin van de eeuw. Panax ginseng is tot op heden de meest gebruikte geneeskrachtige plant in Oost-Azië.

Ginseng raakte in de vroege Middeleeuwen via Arabische kooplieden in Europa. De op een mens lijkende wortel werd hier uit onwetendheid in eerste instantie als "Moors duivels spul" verbannen. Pas in de 17e eeuw, toen de Nederlanders het handelsmonopolie van de Iberische machten overzees braken, raakte de kennis over de medicinale werking via Hollandse missionarissen in het Westen. Willem Piso (1611–1678) stelde de eerste monografie op onder de naam "Ninzin", waarmee hij de eerste grote vraag naar ginseng veroorzaakte. Kort daarna volgde de meningen van verschillende andere experts. De rationeel denkende Europese medici vonden het veel geprezen wondermiddel verdacht en zo werd het rond 1800 uit de meeste Europese Farmacopeeën geschrapt. Pas in de laatste 50 jaar is men in het Westen weer geïnteresseerd in ginseng. Sinds 1972 proberen onderzoeksgroepen zoals het "Ginseng Research Institute" in New York de werking en de bestanddelen van ginseng te ontrafelen. Intussen behoort de plant tot de meest onderzochte geneeskrachtige planten en wint daardoor ook in het Westen in toenemende mate aan betekenis.

Het geslacht Panax heeft zijn naam van Panacea, de Griekse alles genezende godin. De naam is samengesteld uit pan, dat "alles" betekent, en uit akos, dat "genezing" betekent, dus een "universeel geneesmiddel". De naam ginseng bevat de Chinese woorden gin, schin, jen, die "mens" betekenen, en seng of shen, die de vlezige, bittere wortel betekenen. Samen betekenen zij dus "mensenwortel". Deze connectie doet denken aan de Europese alruin, wier wortel ook een op een mens lijkende vorm heeft.

Botanische kenmerken Panax ginseng

Panax ginseng C.A. MEYER

De winterharde, rechtop staande, 30 tot 80 cm hoge plant heeft een kale, ronde stengel, die zich met het toenemen van de leeftijd vertakt. De langgesteelde bladkrans draagt vijf donkergroene, langwerpig-eivormige bladeren met een lengte van 7 tot 20 cm. 15 tot 30 van de witgroenachtige, tweeslachtige bloemen vormen samen een tot drie schermen. Uit de bloemen ontwikkelen zich erwtgrote, rondvormige, scharlakenrode, gladde en glanzende steenvruchten met twee zaden. De gele, klosvormige wortelstok is aan de punt handvormig gedeeld en lijkt soms op de gestalte van een mens. De bloeitijd is van juni t/m juli.

Vindplaats Panax ginseng

Panax ginseng C.A. MEYER

Panax ginseng is nog maar zelden in het wild te vinden en wel in de schaduwrijke bergbossen van Oost-Azië van Nepal tot Mantsjoerije. Hij wordt in Noord-China, Mantsjoerije, in de Ukraïne, in Korea en Japan gecultiveerd. Dit vergt echter zeer veel onderhoud. Een jaar na de zaaiing in droge leem- of kleigrond worden de krachtigste planten naar plantages overgezet. Daar mag 10 tot 15 jaar geen ginsengplant gegroeid hebben, anders kan de wortel gaan rotten. Bovendien moeten de planten voortdurend tegen zon en ongedierte beschermd worden en ook goed en gedifferentieerd bemest worden. De wortels worden in de herfst van het vierde tot het zevende jaar geoogst. In Noord-Amerika wordt de minder werkzame soort P. quinquefolius gecultiveerd.

Verwerking Panax ginseng

A.Vogel verwerkt het ingedikte alcoholische extract uit de hele wortels van witte ginseng en verwerkt het tot pastilles. Afhankelijk van de bewerking onderscheidt men witte en rode ginsengwortels. Voor de witte ginseng worden de vers geoogste wortels gewassen en geschraapt, waarop droging aan de zon of kunstmatige droging bij 100 tot 200 °C plaatsvindt. Bij deze procedure gaan de buitenste, donker gekleurde lagen van het kurkweefsel verloren. In China en Japan is echter de rode ginseng farmaceutisch. Bij deze oeroude conserveringsmethode worden de vers geoogste wortels met waterdamp van 120 tot 130 °C twee tot drie uur behandeld en aansluitend gedroogd. Na het drogen zijn zij rood, hoornachtig en doorzichtig. De verandering van kleur komt door de bij de waterdampbehandeling optredende Maillardreactie (reactie tussen reducerende suikers en aminozuren).

Zoek product>>


Latijnse naam

Panax ginseng

Officiële naam

Panax ginseng

Familie

Araliaceae

Klimopfamilie

Synoniemen

Panax pseudoginseng WALL.

Panax schinseng

Aralia ginseng

Volksnamen

Koreaanse ginseng Rode ginseng

Menswortel

Hoe zit dat...?

Waarom ontstaan de beste ideeën onder de douche?
’s Morgens sta je op, je neemt een douche en … ineens bedenk je de oplossing voor het probleem waar je gisteren de hele dag over zat te piekeren! Waarom juist op dat moment?

Lees hier waarom!
Exclusief op avogel.nl: garantie op 100% tevredenheid*

Ontvang elke maand van A.Vogel tips voor een gezonde lifestyle.

tip

Ontvang maandelijks handige tips en weetjes over gezondheid en lifestyle.

Schrijf je nu in >