background

A.Vogel Plantenecyclopedie

Cinnabaris (geen plant)

Rood kwikzilversulfide

Geschiedenis

Cinnabaris Rood kwikzilversulfide

Cinnaber, het rode kwikzilversulfide, werd al in de vroege bronstijd rond circa 2000 v. Chr. als verf gebruikt. Omdat het een van de weinige in de natuur verspreide kwikzilververbindingen is, is zijn geschiedenis nauw verbonden met de geschiedenis van het kwikzilver, die als een rode draad door alle eeuwen heen loopt.

De winning van kwikzilver uit cinnaber was al in de 1e eeuw bekend. Door het verbranden van de erin zittende zwavel werd het kwikzilver in een zeer giftige dampvorm omgezet, om vervolgens in zuivere vorm te condenseren (HgS + O2 = Hg + SO2). Al spoedig vertoonde de mijn- en hoogovenarbeiders van de grootste kwikzilvermijnen in Sisapo (= Almadén) in Spanje en Idria in Slovenië typische kwikzilververgiftingingverschijnselen. Hierover had Dioskurides al geschreven. Het ziektebeeld van chronische kwikzilververgiftiging met trillende handen als teken van de beschadiging van het zenuwstelsel, etterige ontstekingen van de kaak- en voorhoofdholtes, huiduitslag en op syfilis lijkende zweren, toonde zich bij spiegelmakers, goudbranders en hoedenmakers tot in deze eeuw. Het thema blijft actueel, want nog niet zo lang geleden werden er desinfecteermiddelen met kwikzilver geproduceerd en in de tandheelkunde wordt nog steeds kwikzilverhoudend amalgaam gebruikt.

De toepassing van kwikzilver in de geneeskunde is bijna net zo oud als de vergiftigingsverschijnselen. In de 9e eeuw gebruikten Arabische artsen kwikzilverhoudende zalven tegen huidinfecties van parasitaire, eczematige en lepreuze aard. De ziekte syfilis, die als "Franse ziekte" rond 1490 over alle landen trok werd behandeld met smeerkuren met kwikzilverhoudende zalven ("grijze zalven"). In hardnekkige gevallen werden rooksessies met cinnaber uitgevoerd. Hiervoor werd de patiënt naakt in een vatachtig apparaat gezet – met een beetje geluk kon hij er nog net overheen kijken – en werd er 15–30 g cinnaber op gloeiende kolen onder hem verhit. Deze procedure werd zes tot negen keer herhaald, totdat hij begon te kwijlen en diarree kreeg. Men dacht, dat men daarmee het venerisch gif uit het lichaam verwijderde. Veel patiënten zijn door deze moordende martelingen jammerlijk omgekomen. Het begrip "kwakzalver" voor onkundige therapeuten voert op deze toepassing terug. Als eerste lukte het Hahnemann met zijn eigen kwikzilververbinding, de "mercurius solubilis Hahnemanni", de stap van gif naar geneesmiddel te zetten.

Sinds ongeveer de 3e eeuw ontwikkelde zich in Egypte de alchemistische leer. Deze leer verkondigde dat zowel metalen als het lichaam uit kwikzilver en zwavel bestaan. Kwikzilver gold als de drager van vluchtigheid en smeltbaarheid. Kwikzilver verleende aan stoffen hun metaalachtige natuur, terwijl zwavel de eigenschap brandbaarheid verleende. Het was vanwege zijn vluchtigheid en snelheid dat Mercurius, de gevleugelde boodschapper van de goden, het symbool van kwikzilver werd. Tot in de 18e eeuw heeft Mercurius als "moeder van alle metalen" en als het vrouwelijke principe in de alchemie een sleutelpositie ingenomen. Sulfaat, zwavel, gold als het mannelijke principe. Sinds de 13e eeuw noemden de alchemisten het kwikzilver Mercurius. Tegenwoordig wordt het in de homeopathie nog steeds zo genoemd.

De naam Hydrargyrum komt van het Griekse hydrargyros en betekent "vluchtig zilver". De Romeinen noemden het argentum vivum, dat "levendig zilver" betekent. Ook in de Duitse taal keert het als "Queck"-zilver terug, want queck betekent in het Middelhoogduits ook "levendig". En ook het Engelse quick betekent "snel, levendig". Het Griekse kinnábari ("cinnaber") zou van het Arabische apar (rode stof") afgeleid zijn of Indisch of Perzisch van oorsprong zijn. De Romeinse benaming voor cinnaber was minium. Cinnaber was een kostbare verf en werd veelvuldig vervalst, o.a. door toevoegingen van menie, de rode loodoxide. De naam minium, die etymologisch met menie samenhangt, is ook op het surrogaat overgegaan.

Botanische kenmerken

Rode kwikzilversulfide is een mineraal, dat in een scharlakenrode (cinnaber) of zwarte versie (kwikzilvermoor) in de natuur voorkomt. Terwijl cinnaber hexagonale kristallen vormt, slaat zwarte kwikzilver in kleine, tetraëdische kristallen neer. Cinnaber lost nauwelijks op in water en lost zelfs in geconcentreerde mineraalzuren slechts langzaam op. De moleculaire formule luidt HgS, zijn moleculemassa is 232,7.

Vindplaats

Cinnaber is de meest voorkomende kwikzilververbinding. Hij komt ofwel zuiver ofwel gemengd met andere mineralen voor. Bij de meeste vindplaatsen is cinnaber gedurende periodes van vulkanische activiteit uit hete, waterige oplossingen afgezet. De belangrijkste vindplaatsen zijn Almadén (Spanje), Idria (Slovenië), Italië, Peru, Californië, Mexico, Japan en Rusland. Verreweg de grootste hoeveelheid cinnaber wordt echter op kunstmatige wijze met verschillende methodes uit kwikzilver en zwavel geproduceerd.

Verwerking

A.Vogel gebruikt de homeopathische verwrijving uit Hydrargyrum sulfuratum rubrum, die uit het natuurlijke mineraal cinnaber met een gehalte van minstens 90% HgS gewonnen wordt.


Latijnse naam

Cinnabaris

Officiële naam

Cinnabaris

Synoniemen

Hydrargyrum sulfuratum rubrum

Volksnamen

Cinnaber

 

Hoe zit dat...?

Waarom ontstaan de beste ideeën onder de douche?
’s Morgens sta je op, je neemt een douche en … ineens bedenk je de oplossing voor het probleem waar je gisteren de hele dag over zat te piekeren! Waarom juist op dat moment?

Lees hier waarom!
Gratis Cinuforce neusspray (t.w.v. € 7,97) bij bestelling > € 20

Ontvang elke maand van A.Vogel tips voor een gezonde lifestyle.

tip

Ontvang maandelijks handige tips en weetjes over gezondheid en lifestyle.

Schrijf je nu in >